Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

 

Behandeling & begeleiding.

Naast de straffen die worden beschreven in het hoofdstuk jeugdstraffen kan een officier van justitie of een kinderrechter ook een maatregel opleggen. Deze maatregel is een vorm van hulpverlening in een gedwongen, juridisch, kader. Een maatregel kan worden opgelegd wanneer vrijwillige hulpverlening niet toereikend blijkt te zijn of wanneer verwacht wordt dat de jongere zich niet aan de aanwijzingen van de vrijwillige hulpverlening zal houden. Een maatregel is altijd gericht op het voorkomen van recidive en het bevorderen van de algehele ontwikkeling van de jongere.

Er zijn twee maatregelen die opgelegd kunnen worden, een maatregel jeugdreclassering en een PIJ-maatregel.

 

Maatregel jeugdreclassering.

Een jongere kan door de officier van justitie een maatregel jeugdreclassering opgelegd krijgen (maximaal een half jaar) en door de kinderechter (maximaal 2 jaar). De maatregel wordt opgelegd wanneer hulpverlening geÔndiceerd is.†

De jeugdreclassering is een onderdeel van Bureau Jeugdzorg, een speciaal opgeleide medewerker voert de maatregel uit. De jeugdreclassering maakt afspraken met de jongere en eventueel met de ouders over onderwerpen die een rol spelen in het leven van de jongere, bijvoorbeeld middelengebruik of de schoolgang. In een hulpverleningsplan worden doelen vastgesteld en wordt beschreven hoe aan deze doelen gewerkt gaat worden. De reclasseerder is een soort toezichthouder op de gemaakte afspraken. Hiervoor vindt eventueel contact plaats met de school of bijvoorbeeld een jeugdagent. Ook vinden er regelmatig gesprekken plaats met de jongere. De jeugdreclasseerder kan ook verwijzen naar vrijwillige hulpverlening en erop toezien dat de jongere zich hiervoor inzet.

Jongeren moeten zich aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering houden, ook wanneer dit betekend dat zij bijvoorbeeld geen alcohol of drugs mogen gebruiken.

Wanneer een jongere zich niet aan de regels houdt volgt een officiŽle waarschuwing, en een gesprek met de jongere. Een derde officiŽle waarschuwing betekent een melding aan de officier van justitie of de kinderechter. De jongere kan dan een andere vorm van jeugdreclassering opgelegd krijgen of een straf.

 

De specifieke vormen van jeugdreclassering zijn ITB harde kern (intensieve traject begeleiding) en ITB CRIEM (criminaliteit in relatie tot etnische minderheden)

 

 

De PIJ-maatregel.

Een PIJ-maatregel is een plaatsing in een justitiŽle jeugdinrichting. In de volksmond wordt deze maatregel ook Ďjeugd TBSí genoemd. Een PIJ-maatregel kan door de kinderrechter alleen opgelegd worden wanneer de strafmaat voor het gepleegde feit minimaal vier jaar jeugddetentie is, bijvoorbeeld bij zware mishandelingen, beroving, ernstige zedendelicten, moord of doodslag. Er moet daarnaast sprake zijn van een persoonlijkheidsstoornis of psychiatrische stoornis. De maatregel moet dan door twee onafhankelijke gedragsdeskundigen, een psychiater en een psycholoog van de forensische jeugd psychiatrie (FJP), geadviseerd worden naar aanleiding van een persoonlijkheidsonderzoek (PO). Daarnaast moet sprake zijn van recidivegevaar en moet de maatregel in het belang zijn van de jongere.

Een PIJ-maatregel kan opgelegd worden voor de duur van twee jaar en vervolgens na tussentijdse toetsing maximaal twee keer twee jaar verlengd worden. In totaal kan een PIJ-maatregel zes jaar duren.

Voor een PIJ-maatregel verblijft de jongere op een behandelafdeling in een justitiŽle jeugdinrichting of gesloten behandelkliniek. Er worden observaties uitgevoerd en een gedragsdeskundige of psychiater stelt een behandelplan op. De kernproblematiek wordt in kaart gebracht en de behandeling is hierop gericht. Wanneer de jongere meewerkt aan de behandeling en geen direct gevaar vormt voor de maatschappij kan verlof onder begeleiding plaatsvinden. Als ook dit goed gaat en er weinig tot geen kans is op recidive dan kan de jongere worden overgeplaatst naar een open inrichting. Van hieruit wordt gewerkt aan een terugkeer in de maatschappij en het opbouwen van een sociaal netwerk buiten de inrichting.

 

 

Nieuw op de site:


De gedragsbeÔnvloedende maatregel.

Sinds februari 2008 is het mogelijk dat jongeren een gedragsbeÔnvloedende maatregel opgelegd krijgen. Deze maatregel vult qua zwarte het gat tussen een voorwaardelijke PIJ-maatregel of jeugddetentie en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel of jeugddetentie op. De jongeren die voor de maatregel in aanmerking komen worden niet opgeloten maar krijgen minstens een half jaar en maximaal een jaar intensieve begeleiding. De maatregel kan na een jaar verlengd worden. De jongeren dienen mee te werken aan gedragstrainingen en eventueel kan een combinatie met nachtdetentie plaatsvinden.
Het belangrijkste doel van de maatregel is om het gedrag van de jongere in positieve zin te beÔnvloeden om
recidive te voorkomen.

De gedragsbeinvloedende maatregel richt zich, meer dan reguliere jeugdreclassering, ook op het systeem van de jongere, zoals ouders, broers en zussen.

Het Ministerie van Justitie heeft vorwaarden opgesteld die aangeven welke jongeren voor de maatregel in aanmerking komen. Zo moet er sprake zijn van ernstige gedragsproblmen, de ouders of (gezins)voogd is niet in staat adequaat op de gedragsproblemen te reagerenen en vrijwillige hulpverlening is ontoereikend.

 

(Bron: www.justitie.nl en www.onlinepedagoog.nl)