Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

 

Beleid & aanpak.

Het jeugdbeleid in Nederland werd tijdens de afgelopen kabinetsperiode beschreven in het programma ‘Jeugd terecht 2003-2006’, een onderdeel van het kabinetsbrede Veiligheidsprogramma. Het doel van Jeugd terecht was het voorkomen van eerste delicten en het verminderen van recidive. Hierbij stonden maatwerk, effectiviteit en ketensamenwerking voorop. De looptijd van dit programma was tot januari 2007, hierna heeft in februari 2007 een slotconferentie plaatsgevonden. De lopende acties zullen doorgaan en de ketenbrede organisatiestructuur is behouden. De landelijke overlegvormen gaan door onder de naam Topberaad/landelijk overleg Jeugdcriminaliteit.

In het laatste kwartaalbericht Jeugd terecht van december 2006 komt naar voren dat de ketensamenwerking hét kernpunt is van Jeugd terecht. Dit betekend dat verschillende instellingen die bij een jongere betrokken zijn met elkaar samenwerken en gezamenlijk overleggen over de ‘zaak’ van een jongere. Ook zijn er duidelijke afspraken gemaakt over het uitwisselen van informatie over de jongere.

Daarnaast is er in het programma succesvol aandacht besteed aan effectiviteit en preventie en nazorg.

 

Uit de kabinetsplannen van het nieuwe kabinet moet nog duidelijk worden hoe het beleid voor de komende jaren eruit zal zien. In het regeerakkoord Balkenende IV, dat geordend is aan de hand van zes pijlers is aandacht voor veiligheid en respect. Hieronder wordt onder andere beschreven dat het kabinet tot doel heeft om de criminaliteit met 25% te verminderen. Hiervoor zal het kabinet een nieuw veiligheidsprogramma ontwikkelen.

In het regeerakkoord wordt in hoofdstuk 5, veiligheid, stabilliteit en respect, beschreven dat er veel aandacht zal zijn voor preventie, onder andere met betrekking tot drugsgebruik bij jongeren. De aanpak van de jeugdcriminaliteit vergt volgens het regeerakkoord een bijzondere inzet, namelijk een lik op stuk aanpak, uitbreiding van sancties, een gerichte aanpak risicogroepen, preventie door opvoedingsondersteuning, coaching, het voorkomen van schooluitval en het adequaat optreden tegen spijbelen.

Het is nog onduidelijk hoe bovenstaande gestalte zal krijgen in het beleid met betrekking tot jeugdcriminaliteit.