Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

 

Jeugdstraffen.

Er zijn binnen het jeugdstrafrecht een aantal verschillende sancties (straffen) mogelijk. Het is afhankelijk van de ernst van het feit en de eerder gepleegde feiten welke straf wordt opgelegd en wat de strafmaat zal zijn. Het jeugdrecht kent geen minimumstraffen maar wel maximumstraffen, deze maximumstraffen staan hieronder ook per straf vermeld.

Jongeren kunnen een transactie aangeboden krijgen door de officier van justitie of een straf opgelegd krijgen door de kinderrechter, maar ook buiten justitie om. Deze straffen worden uitgevoerd door Bureau Halt.

 

 

Halt-afdoening.

Een Halt-afdoening is een taakstraf die buiten justitie om wordt afgedaan. Het voordeel is dan ook dat je geen strafblad krijgt. Bij een Halt-afdoening vindt altijd een gesprek plaats met een medewerker van Bureau Halt, het gaat in dit gespek over wat er is gebeurt en welke straf vastgesteld wordt. In veel gevallen maakt het aanbieden van excuses deel uit van de Halt-afdoening, dit kan persoonlijk en soms ook schriftelijk. Daarnaast volgt veelal een werkstraf van maximaal 20 uur, in de werkstraffen staat het herstellen van de eventueel aangerichte schade centraal. De jongeren wordt tijdens deze werkstraf begeleid door een medewerker van Bureau Halt of een externe begeleider. Na de werkstraf volgt standaard een eindgesprek. Bureau Halt biedt jongeren (nog) geen leerstraffen aan maar wel leeropdrachten. Dit is veelal huiswerk en kan bestaan uit het maken van een opstel over het stafbare feit. Bureau Halt heeft wel enkele specifieke projecten/afdoeningen. Zo is er een project ‘Stop voor rood’ waarbij jongeren die een rood licht bij een spoorwegovergang negeren een Halt-afdoening krijgen aangeboden in plaats van een boete. Daarnaast is er een speciale afdoening voor jongeren die in overtreding zijn omdat ze ongeoorloofd van school verzuimen. In deze afdoening staat het nut van school en het toekomstperspectief van de jongere centraal.

 

Stop

Het jeugdstrafrecht is voor jongere vanaf 12 jaar. Voor jongeren jonger dan 12 jaar heeft Bureau Halt de STOP-reactie ontwikkeld. De deelname aan de STOP-reactie is vrijwillig.

Een STOP-reactie bestaat uit een gesprek met de ouders en het kind, in dit gespek wordt een vragenlijst afgenomen om een inschatting te maken van de situatie en de ontwikkeling van het kind. Wanneer er zorgen geconstateerd worden vindt een verwijzing plaats naar Bureau Jeugdzorg. De afdoening kan vervolgens bestaan uit het aanbieden van excuses, het herstellen van de eventuele schade en een huiswerkopdracht. Na afloop vindt altijd en eindgesprek plaats.

 

Sepot.

Wanneer een strafzaak wordt geseponeerd betekend dit dat er geen verdere vervolging plaats vindt en dat de jongere geen straf krijgt. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de betrokkenheid van een jongere niet bewezen kan worden. Een sepot kan ook voorwaardelijk zijn, er wordt dan een proeftijd aan gekoppeld. En proeftijd kan in duur variëren van enkele dagen tot enkele maanden. Wanneer de jongere binnen de proeftijd geen strafbaar feit pleegt volgt er geen straf. Pleegt de jongere binnen de proeftijd wel een strafbaar feit dan zal de jongere alsnog voor het eerste feit gestraft worden, dit noemen we ‘ten uitvoer legging’ (TUL).

 

Taakstraf.

Taakstraffen zijn de meest voorkomende straffen bij minderjarigen. Een taakstraf kennen we in twee vormen, een werkstraf en een leerstraf.

Een werkstraf mag maximaal 200 uren zijn en wanneer een combinatie van een werkstraf en een leerstraf wordt opgelegd mag het totaal maximaal 240 uren zijn.

 

Werkstraf.

Een werkstraf is een straf waarbij de jongere aan het werk moet. Dit gebeurt veelal in non-profit organisaties, bijvoorbeeld gemeentelijke diensten, verzorgingshuizen of ziekenhuizen. Een taakstraf wordt door de oficier van justitie als transactie aangeboden of door de kinderrechter opgelegd voor een aantal uren. Het aantal uren is afhankelijk van de ernst van het gepleegde feit en of de jongere eerder veroordeeld is. Werkstraffen worden altijd gecoördineerd door een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming, hier vindt een intake gesprek plaats en worden afspraken gemaakt. Aan de afspraken dient de jongere zich te houden omdat er anders, maximaal twee keer, een officiële waarschuwing wordt gegeven. Houdt een jongere zich dan alsnog niet aan de afspraken dan wordt de taakstraf terug gelegd bij de kinderrechter. Deze beslist dan wat voor straf de jongere krijgt. Een mislukte taakstraf kan worden omgezet in een jeugddetentie (zie onder), iedere twee uur taakstraf staat voor een dag detentie.

Ook een taakstraf kan (deels) voorwaardelijk zijn, er is dan een proeftijd aan gekoppeld. Bij bijvoorbeeld een taakstraf van 40 uren, waarvan 25 uren voorwaardelijk moet de jongere de taakstraf van 15 uren uitvoeren en de overige 25 uren niet, tenzij hij binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.

 

Leerstraf.

Een leerstraf is een straf die bestaat uit een verplichte training of cursus en wordt evenals een werkstraf voor een aantal uren opgelegd. Een leerstraf speelt in op een stoornis of een vaardigheidstekort bij de jongere. Er zijn een aantal standaard, landelijke, leerstraffen zoals ‘slachtoffer in beeld’ waarbij de jongere bewust wordt gemaakt van de gevolgen voor het slachtoffer, en een sociale vaardighedentraining (SOVA). In deze training leert een jongere hoe hij met anderen om moet gaan en hoe hij bijvoorbeeld kan voorkomen dat hij onder invloed van vrienden opnieuw de fout in gaat.

Daarnaast zijn er speciale leerstraffen voor zedendelinquenten, jongeren die ongeoorloofd van school verzuimen en jongeren waarbij sprake is van problematisch middelengebruik.

 

Geldboete.

Een geldboete kan worden opgelegd wanneer een jongere zonder licht fietst of geen helm draagt op de brommer. Wanneer een jongere een geldboete krijgt moet een bepaald bedrag betaald worden aan het centraal justitieel incassobureau (CJIB). Hierover wordt bericht thuisgestuurd. Wanneer een boete niet binnen de gestelde termijn betaald wordt volgt er maximaal twee maal een verhoging. Wordt de boete ook dan niet betaald dan schakelt het centraal justitieel incasso bureau een gerechtsdeurwaarder in.

In het strafrecht wordt een onderscheid gemaakt tussen overtredingen (bijvoorbeeld fietsen zonder licht) en delicten (o.a. winkeldiefstal). In de meeste gevallen worden voor overtredingen boetes opgelegd en bij delicten niet. De reden hiervoor is dat jongeren boetes vaak niet kunnen betalen terwijl ze een taakstraf wel kunnen uitvoeren.

 

Jeugddetentie.

De jeugddetentie is de zwaarste strafvorm binnen het jeugdstrafrecht. Een jongere wordt dan gedetineerd (opgesloten, in hechtenis genomen) in een justitiële jeugdinrichting. Er zijn in Nederland 17 justitiële jeugdinrichtingen die gezamenlijk in 2003 zorgden voor een capaciteit van 1050 opvangplaatsen (strafrechtelijk plaatsingen) en 1276 behandelplaatsen (civielrechtelijke plaatsingen).

Een jeugddetentie kan alleen door een kinderrechter worden opgelegd. Er moet dan sprake zijn van een ernstig strafbaar feit en een groot risico op recidive. Een jeugddetentie kan voor maximaal twee jaar opgelegd worden.

Wanneer een jeugddetentie opgelegd wordt betekend dit niet dat de jongere 24 uur per dag in een cel zit, de jongere verblijft het grootste deel van de dag in een leefgroep. In deze groepen leven jongens en meisjes gescheiden van elkaar. Daarnaast gaan jongeren binnen de inrichting naar school.

 

Beperkt beveiligde afdeling

Naast bovenstaande vorm van detentie hebben de meeste jeugdinrichtingen ook een beperkt beveiligde afdeling. Op deze afdeling leren de jongeren om weer terug te komen in de maatschappij. Jongeren gaan bijvoorbeeld buiten de inrichting naar school of naar een behandeling. De jongeren op deze afdeling moeten dan ook gemotiveerd zijn om te werken aan resocialisatie.

 

Nachtdetentie

Sinds 2003 is de mogelijkheid van nachtdetentie landelijk ingevoerd. Hierbij behoudt de jongere de mogelijkheid om positieve ontwikkelingen in de persoonlijke situatie voort te zetten en om bijvoorbeeld naar school te blijven gaan. ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend zit de jongere vast in een jeugdinrichting. Als voorwaarde moet de jongere beschikken over een positieve, gestructureerde dagbesteding.

Vanaf het najaar 2003 tot 2006 is 415 keer nachtdetentie verleend, waarvan het grootste aantal plaatsingen in Amsterdam en Rotterdam is gerealiseerd.

 

Als bijzondere maatregel kan de kinderrechter ook een PIJ-maatregel opleggen. Meer informatie hierover is te vinden onder behandeling en begeleiding.