Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

 

Protectieve factoren.

Protectieve factoren zijn belangrijk voor een kind om zich goed te kunnen ontwikkelen.

Onder deze factoren verstaan we aspecten in de omgeving en eigenschappen van jongeren die hen kunnen beschermen tegen de invloed van stressoren en die bepaalde uitingen van psychopathologie* positief kunnen be´nvloeden. Wanneer een kind bijvoorbeeld ADHD heeft hoeft dit niet te betekenen dat hij crimineel gedrag gaat vertonen. Als een kind in een beschermende omgeving opgroeit, met een goede pedagogische benadering, psycho-educatie en zonodig medicatie, kan hij zich normaal ontwikkelen. Enkele voorbeelden van protectieve eigenschappen zijn: intelligentie,een rustig temperament, neiging tot autonomie en een positief zelfbeeld.

 

Uit een lang termijn onderzoek (Carlson en Sroufe, 1995)blijkt dat kinderen( vanaf de geboorte tot 25ste jaar)  die zich in hun eerste twee levensjaren op een veilige manier hebben kunnen hechten aan hun ouders, waren op latere leeftijd stabieler en socialer dan kinderen die op dit vlak tekort waren gekomen. Kinderen die zich in hun vroegste jeugd veilig hebben kunnen hechten, waren ondanks blootstelling aan risicofactoren in volgende jaren,ook in de puberteit en adolescentie, beter bestand tegen tegenslagen en spanningen. Enkele voorbeelden van protectieve factoren in de omgeving zijn:een affectieve relatie met ouders, goede hechting, onderwijs en ouders die effectief en consistent disciplineren.( WODC, 2000)

 

 

 

*Onder psychopathologie verstaan we een binnen de geldende cultuur ongebruikelijk patroon van gedragingen die gepaard gaan met leed en een minder goed functioneren. In dit verband wordt ook wel van een stoornis gesproken. Veel voorkomende stoornissen bij kinderen en jongeren zijn: gedragsstoornissen zoals oppositioneel en agressief gedrag, emotionele stoornissen zoals angst en depressie, contactstoornissen, concentratiestoornissen en hyperactiviteit.