Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

 

Interview met een vroegere jeugddelinquent.

 

Voor het maken van onze afstudeeropdracht heeft Marion Marcel geïnterviewd. Doormiddel van dit verhaal willen wij u laten weten hoe een leven kan lopen wanneer er geen hulpverlening aan gezinnen/jongeren met problemen wordt geboden. Marcel is op dit moment een boek aan het schrijven en hoopt hiermee onder andere jongeren te bereiken, zodat ze niet dezelfde keuzes/fouten maken als hij heeft gedaan.

Marcel is nu 38 jaar en is op jonge leeftijd in aanraking gekomen met politie en justitie.

 

Hieronder kunt u lezen hoe zijn leven, van vroeger tot nu, er in grote lijnen uitziet.

 

Marcel is opgegroeid in een klein gezin. Hij heeft één broer en één zus. Zijn vader is van Indonesische afkomst en heeft hen verlaten toen Marcel 2 jaar oud was. Moeder is ongeveer zes keer getrouwd geweest. Marcel wist dit niet precies meer, omdat moeder constant een andere man had. Deze leerde ze vaak in de kroeg kennen. Moeder was verslaafd aan alcohol en ze was vroeger werkzaam als prostituee. Marcel was in een onveilige omgeving opgegroeid. Hij vertelde dat het thuis hectisch en bedreigend voor hem was.

Al op jonge leeftijd  werd Marcel alleen thuis gelaten door moeder. Er werd niet op hem gelet. Hij vertelde dat kon doen en laten wat hij wou, zonder dat hij op z’n gedrag werd aangesproken. Hij ging dan ook niet altijd naar school. Ondanks hij niet altijd naar school ging was dit voor hem een leukere periode waar hij leuke herinneringen aan heeft. Hij speelde met vriendjes en vond voetballen erg leuk.

 

Marcel werd op jonge leeftijd seksueel misbruikt door vrouwen. Deze vrouwen nam moeder mee naar huis en moeder kreeg daar geld voor. Dit seksueel misbruik heeft jaren geduurd.

 

Op ongeveer vijfjarige leeftijd begon Marcel andere kinderen te pesten zoals schoppen en slaan. Dit breidde zich in de loop der jaren uit tot ernstige mishandeling. Op elf jarige leeftijd kwam hij voor het eerst in aanraking met de politie, wegens winkeldiefstal.

Op dertienjarige leeftijd had Marcel zes maanden in de jeugdinrichting ‘Het Poortje’ gezeten wegens mishandeling. Hij vertelde dat hij veel structuur kreeg in ‘Het Poortje’, maar het verblijf geen goede invloed had op hem. Hij leerde andere criminele jongeren kennen, waar hij na het verblijf mee afsprak. Marcel vertelde dat zijn gedrag werd beïnvloed en in stand werd gehouden door zijn thuissituatie en verkeerde vrienden.

 

Marcel is tot zijn viertiende- of vijftiende jaar naar school gegaan.

Op vijftienjarige leeftijd is hij het huis uit gegaan, omdat Marcel er achter is gekomen dat zijn moeder 15.000 gulden aan schulden heeft gemaakt. Deze schuld staat op zijn naam.

Marcel is bij een vriend gaan vriend wonen. Op 16 jarige leeftijd heeft Marcel nog een korte periode contact met zijn vader gehad.

 

Op zestienjarige leeftijd kreeg Marcel een vriendinnetje. Ze is vijftien jaar als ze zwanger  raakt van Marcel. Op een dag komt Marcel thuis en zag dat zijn vriend zijn drie maanden zwangere vriendin wilde verkrachten. Marcel heeft een pistool gepakt en heeft het patroon op deze jongen leeg geschoten. Marcel heeft hier geen spijt van. Zijn vriendin kreeg een miskraam.

Hij is volgens het volwassenenstrafrecht veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf. Tijdens het verblijf in de gevangenis doet Marcel nieuwe contacten op en sprak na zijn vrijlating met deze mensen af.

 

Op vierentwintig jarige leeftijd is Marcel in Brazilië opgepakt wegens 5 ½ kilo cocaïne bezit. Hij was drugkoerier voor een bende die vanuit Groningen opereerde.

Toen Marcel was opgepakt werd hij ernstig mishandeld door de politie. Een politieagent sloeg hem keihard met de achterkant van een pistool op zijn hoofd. Hierdoor raakte Marcel een tijdje bewusteloos. Op het politiebureau was hij met een stok geslagen. Ze hadden  zijn voeten aan elkaar vast gebonden en hem met zijn hoofd naar beneden opgehangen. Hij krijgt een plastic tas over zijn hoofd getrokken en hij kreeg steeds klappen.

Marcel dacht dat het einde zou zijn. Hij was bang dat hij zou stikken. Op een gegeven moment hielden ze op met slaan. Alles deed pijn en Marcel voelde zich gebroken.

Marcel zou tien jaar gevangenisstraf krijgen, maar als hij de rechter 3 kilo cocaïne zou geven dan kreeg hij 5 jaar. Zo gezegd zo gedaan, Marcel moest vijf jaar zitten.

Het verblijf in de gevangenis was verschrikkelijk. De eerste tien dagen verbleef hij in een cel van één bij anderhalve meter. Geen ramen, geen ventilatie, geen licht, geen wc, alleen een luikje waar eten door heen werd geschoven. Marcel mocht geen kleding aan en hij sliep op de grond. Hij voelde de kakkerlakken en ratten over hem heen kruipen. Hij heeft erover na gedacht om zelfmoord te plegen, maar er was niks waar hij het mee kon doen.

 

Er was een sergeant die s’ nachts met zijn revolver in de wilde weg schoot. Dit was om de gevangenen te intimideren. Marcel noemt hem een dictator. Toen Marcel in een gewone cel kwam zag hij dat hij zijn geladen revolver in een cel schoof en daagde de gevangenen uit om hem ermee dood te schieten. Dat deed men niet, omdat hij op zijn rug nog twee vuurwapens droeg.

Marcel heeft tijdens zijn verblijf in de gevangenis een gewelddadige opstand meegemaakt.

Hij hoorde ‘s nachts een enorm gegil. Ineens kwam er een man aan met een doek voor zijn gezicht. Hij sloeg met een stok alle lampen kapot. Er kwam een andere man aan met een groot blok beton. Daar sloeg hij alle traliedeuren mee kapot. Iedereen vloog alle kanten op. Tot zijn verbazing merkte Marcel dat een heleboel gevangenen grote messen hadden. Ze staken beddengoed in brand. Later merkte hij dat een paar bewakers waren gegijzeld. Er werd later met de directeur onderhandeld over beter eten en andere dingen. De opstand heeft twee dagen geduurd. Maar echt geholpen heeft het niet, want het eten

bleef hetzelfde: elke morgen een stuk droog brood en koffie en elke middag en avond bonen met rijst. Nooit groente, nooit fruit.  Om zo nu en dan toch wat vlees te proeven, schoten ze met zelfgemaakte katapult op grote zwarte vogels. En regelmatig vingen ze ratten en die bakten ze. Het smaakte naar kalkoen.

 

Er ontstond een keer een grote ruzie. Op de muren liepen bewapende ME-ers rond. Die begonnen direct gericht op de gevangene te schieten. Marcel ging met een andere jongen achter een muurtje liggen. Toen het stil werd, stak de jongen zijn hoofd omhoog. Er klonk een schot en hij viel dood neer, op nog geen meter van Marcel af. Als je zulke dingen mee maakt word je hard en onverschillig. Dat heeft ook te maken met de wil om te overleven. Jij of ik daar gaat het om.

Zelf had Marcel ook een mes. Geruild voor twee pakje shag. Marcel heeft in de gevangenis iemand met 32 messteken vermoord. Als hij dit niet had gedaan was hij het “vrouwtje” van de gevangenis geworden. Hier waren aanwijzingen voor. Tijdens zijn verblijf had Marcel twee opstanden meegemaakt en is er twee keer op hem geschoten, in zijn linker- en rechter been. Marcel kreeg vaak zweepslagen van de sergeant. Marcel moest ook twee keer van deze sergeant in een watertank staan en dan schreeuwde de sergeant dat hij onder water moest gaan, want hij begon als een gek te schieten. Als Marcel het benauwd kreeg stak hij heel even zijn hoofd naar boven om te ademen en daarna ging hij weer schieten.

 

Toen Marcel weer in Nederland was moest hij erg wennen aan zijn vrijheid. Hij durfde amper over straat. Hij heeft van het verblijf in de gevangenis trauma’s over gehouden. Hij krijgt hiervoor binnenkort behandeling. Deze behandeling is normaal gesproken voor mensen die trauma’s hebben opgelopen tijdens de oorlog.

 

Het terug komen in de maatschappij is erg moeilijk voor Marcel. Vooral het niet meer geaccepteerd worden door de maatschappij. Voor altijd die stempel; ”eens een boef altijd een boef”. Hoe goed hij het ook probeert te doen, ze geven hem geen kans om deel uit te maken van de samenleving. Hij wordt bijvoorbeeld aanhouden omdat hij geen licht op zijn fiets heeft. Ook al heeft hij wel legitimatie, moet hij wel mee naar het  bureau, en dan zit hij weer twee dagen vast. Terwijl een “normale’ burger niet zo wordt behandeld.

 

De hulpverlening die Marcel krijgt vindt hij slecht verlopen. Ondanks dat het rechterlijk is bepaald, bemoeit de hulpverlening zich weinig met hem. Hij zou wekelijks woonbegeleiding krijgen, maar er is nog steeds niemand langs gekomen. Terwijl hij nu al langer dan een maand wacht. Tevens zou Marcel door een psycholoog geholpen worden, dat gebeurt nog steeds niet. Hij heeft het gevoel dat hij gewoon weer aan z’n lot wordt overgelaten. De hulpverlening komt maar niet, en je loopt dan het risico dat het weer mis gaat, omdat je in de steek wordt gelaten. Hij moet er steeds achter aan bellen.

Hij zegt dat het al ernstig genoeg is wat hij heeft gedaan en dat je zo een terug val hebt. Marcel vertelt dat het elke keer weer “knokken” is. En als het weer mis gaat, vragen ze hoe dat kan.

 

Marcel heeft verschillende delicten in zijn leven gepleegd, zoals mishandeling, moord doodslag, poging tot doodslag, diefstal, heling, drugs dealen, verboden wapenbezit, huisvredebreuk en verkeersovertredingen.

Ondanks dat hij vele delicten heeft gepleegd wil hij graag wat voor de maatschappij betekenen. Marcel heeft voorlichting gegeven aan jongeren. Hiermee wil voorkomen dat jongeren niet dezelfde fouten maken zoals als hij heeft gedaan. Het is volgens Marcel al snel te laat. Het is belangrijk om snel hulp te gaan zoeken wanneer je problemen hebt, als jongere zijnde.

 

Marcel volgt tegenwoordig de opleiding Sociaal pedagogisch werk. Hij loop stage bij een instelling voor daklozen en verslaafden. Hij vindt het erg leuk en wil in de toekomst met jongeren werken. Er voor zorgen dat zij niet dezelfde fouten maken.