Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

De recidive onder jongeren die in een justitiële jeugdinrichting hebben verbleven, is hoog. Wartna e.a. rapporteren in hun studie Jong vast uit 2005 dat 69 tot 72 procent van de jongeren, die van 1997 tot en met 2000 uit een jeugdinrichting uitstroomden, binnen vier jaar opnieuw met justitie in aanraking kwamen vanwege het plegen van een misdrijf.

 

In het artikel van Paul Nieuwbeerta en Arjan Blokland, ‘Voorspellen van criminele carričres is moeilijk’, blijkt dat wanneer jongeren een geschiedenis van delinquentie hebben voorspellend is voor recidive (Loeber & Dishion,1983). Hierbij geldt dat jongeren die al op vroege leeftijd met politie of justitie in aanraking kwamen, een groter recidiverisico hebben dan jongeren die pas op latere leeftijd een politie- of justitiecontact opdoen (Cottle e.a., 2001). Middelengebruik blijkt de kans op recidive te verhogen (Bonta e.a.) waarbij vooral polygebruik (zowel drugs als alcohol) een risicofactor is (Dowden & Brown, 2002).

( P. Nieuwbeerta, A. Blokland, 2006)

 

De recidivekans onder JJI-jongeren blijkt naast de rol van de persoonskenmerken samen te hangen met verblijfsduur en verblijfstitel. Middellange verblijven van drie tot zes maanden laten, bij gelijke scores op alle andere gemeten kenmerken, lagere recidivewaarden zien dan korte en lange verblijven. De recidive na een PIJ*-maatregel (strafrechtelijke maatregel) is lager dan na een preventieve hechtenis, een jeugddetentie of een JJI-plaatsing in het kader van een OTS (ondertoezichtstelling). De groep ots’ers komt na beëindiging van de plaatsing in een JJI minder vaak in contact met justitie dan de andere jongeren.

 

De Recidivemonitor

 

De Recidivemonitor is een langlopend onderzoeksproject waarin gestandaardiseerde recidivemetingen worden verricht onder uiteenlopende dadergroepen (volwassenen en jeugdigen). De Recidivemonitor heeft als primair doel het ministerie van Justitie informatie te geven over de uitstroomresultaten van strafrechtelijke interventies, het verloop van criminele carričres (longitudinaal) én het vóórkomen van recidive binnen specifieke dadergroepen. Met het oog op het behoud van de vergelijkbaarheid van doelgroepen over een langere periode zijn de metingen gestandaardiseerd. De gegevens voor het onderzoek zijn afkomstig uit de Onderzoeks- en Beleidsdatabase Justitiële Documentatie (OBJD), een database die speciaal voor de Recidivemonitor is ontwikkeld. In de OBJD worden zowel zaken die door het Openbare Ministerie als door de rechter worden afgedaan, geregistreerd. De OBJD wordt elke drie maanden geactualiseerd. Binnen de Recidivemonitor wordt onder andere gekeken welk deel van de (sub)groep recidiveert en na hoeveel tijd dat gebeurt (prevalentie en snelheid van recidive). Tevens wordt gekeken naar de omvang van de totale recidive in de (sub)groep. Daarnaast wordt voorspeld welke recidive op grond van de (statische) achtergrondkenmerken van de daders in een groep mag worden verwacht. (CBS, 2004)

 

 

Terug naar de vorige pagina

 

Recidive.