Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

 

preventie.

Voor dit hoofdstuk is het belangrijk om allereerst het begrip ‘preventie’ te definiëren. In het woordenboek vinden we de volgende vertaling:

 

pre·ven·tie (de ~ (v.), ~s)

het voorkomen van misdrijven, brand enz. => voorzorg    (Van Dale taalweb)

 

Deze vertaling maakt duidelijk dat preventie zich richt op het voorkomen van, in dit geval, jeugdcriminaliteit. Met andere woorden; het voorkomen van delinquent gedrag en politiecontacten.

 

Voor het aanbieden van preventieprogramma’s wordt door Junger-Tas, J en Wim Slot, N (2001) de volgende indeling van drie, in elkaar overlopende, soorten programma’s gehanteerd: universele, selectieve en op indicatie.

 

Een universeel programma richt zich op een complete populatie jongeren, zoals een schoolklas. De populatie wordt over het algemeen gekozen op basis van vermoedens van aanwezigheid van enkele algemene risicofactoren, zoals een oververtegenwoordiging van achterstandsgroepen of een hoog criminaliteitscijfer in de buurt. Een voordeel aan een universeel preventieprogramma is dat het niet stigmatiserend werkt, de hele klas doet er immers aan mee.

Een selectief programma richt zich op jongeren waarbij duidelijk sprake is van risicofactoren, bijvoorbeeld wanneer een docent constateert dat er in de directe, primaire omgeving van de jongere sprake is van criminaliteit.

Een programma op indicatie richt zich op jongeren bij wie de eerste tekenen van gewelddadig gedrag en delinquentie tot uiting komen, bijvoorbeeld grensoverschrijdend gedrag en het onttrekken aan gezag.

Een preventieprogramma kan zich eveneens richten op een specifieke leeftijdsgroep, bijvoorbeeld de groepen baby’s, peuters en kleuters en basisschoolkinderen en adolescenten.

 

 

Preventie programma’s voor baby’s, peuters en kleuters

Bij de groep baby’s, peuters en kleuters gaat het vooral om universele en selectieve programma’s. Deze programma’s zijn op de ouders en het contact met hun kind gericht. Er kan hierbij worden gedacht aan een universeel programma in de vorm van voorlichting over verzorging van het kind, communicatie en sociale ondersteuning. Deze voorlichting wordt ouders over het algemeen door het consultatiebureau aangeboden.

 

Een seletief programma richt zich op kenmerken bij de ouders en de omgeving, bijvoorbeeld; armoede van de ouders, laag opleidingsniveau van de ouders, tienerouderschap en culturele achtergrond. Hierbij worden ouders extra ondersteund, onder andere in de vorm van thuisbegeleiding.

In Amerika hebben in de loop der jaren verschillende onderzoeken plaatsgevonden met betrekking tot preventie van jeugdcriminaliteit. Een onderzoek dat ook internationaal veel aandacht heeft getrokken is het High/Scope Perry Preschool Project. De interventie richtte zich op 123 drie en vier jarige moeilijk lerende kinderen met een IQ tussen 60 en 90. Deze kinderen groeiden op in een zwarte achterstandswijk. Er werd op de kleuterschool gebruik gemaakt van een actief leerprogramma (head start) dat uitging van de exploratiedrang van het kind en de kinderen leerden op relatief jonge leeftijd plannen, uitvoeren en evalueren. Daarnaast werd aandacht besteed aan probleemoplossing bij conflicten en aan de sociale competentie van het kind. Op 24 jarige leeftijd bleek dat 7% ooit was gearresteerd tegen 35% van de controlegroep.

Het uitvoeren van dergelijk onderzoek wordt bemoeilijkt door de lange follow-up, exacte resultaten zijn pas meetbaar wanneer de kinderen de volwassen leeftijd behaald hebben. Om deze reden zijn er weinig valide onderzoeken gedaan.

 

Preventie programma’s voor basisschoolkinderen.

Bij universele preventieprogramma’s voor basisschoolkinderen wordt voornamelijk aandacht besteedt aan het verbeteren van de schoolse vaardigheden van de kinderen en het vergroten van de sociale competentie: het terugdringen van probleemgedrag in de klas.

Bij meer selectieve programma’s wordt voornamelijk uitgegaan van storend en agressief gedrag. Er hebben in Amerika meerdere onderzoeken plaatsgevonden, één hiervan is Promoting Altenative Thinking Strategies (PATHS) Met dit programma zijn in Amerika goede resultaten behaald en daarom wordt het ook in Nederland gebruikt. In Nederland kennen we het programma onder de naam PAD, een veel gebruikte methode in het speciaal onderwijs. Een tweede programma dat is ontwikkeld in de Verenigde Staten is Parent Management Training Oregon, in Nederland ondertussen bekend als PMTO. Dit programma richt zich op de ouders van kinderen (4-12 jaar) met ernstige gedragsproblemen.

Bij een programma op indicatie valt te denken aan bijvoorbeeld een delictpreventietraining. Ook worden trainingen ingezet voor het vergroten van de sociale vaardigheden en weerbaarheid.

 

Preventie programma’s voor adolescenten.

Bij preventie voor jong-volwassenen draait het niet alleen om jongeren die nooit een strafbaar feit gepleegd hebben, maar ook om jongeren die wel een strafbaar feit gepleegd hebben, maar uit handen van de politie zijn gebleven.

De voorlichtingen van Bureau Halt en Delinkwentie & Samenleving zijn een voorbeeld van een universeel programma, hierbij kunnen grote groepen adolescenten gelijktijdig worden aangesproken.

In de Verenigde Staten is het programma Functional Family therapie ontwikkeld als een selectief preventie programma. In Nederland wordt dit programma Functionele Gezinstherapie genoemd, het is gericht op jongeren van 12 tot 21 jaar met ernstige gedragsproblemen.

In veel regio’s in Nederland, en met name in grootstedelijke gebieden en grote wijken is een kantoor van Justitie in de Buurt (JIB). Dit zijn buurtkantoren van het ministerie van justitie waarvan de medewerkers zorgen voor geïndiceerde preventiemaatregelen. Door de positie in de wijk hebben de medewerkers zicht op de problemen in de wijk en kunnen ze daar snel op inspelen.