Jeugdcriminaliteit

Afstudeeropdracht

Academie voor sociale studies.

De puberteit en adolescentie blijkt een periode te zijn waarin seksueel misbruik relatief veel voorkomt. Vaak is er sprake van uit de hand gelopen experimenteel gedrag. De maatschappelijke aandacht voor jongeren die zedendelicten plegen is de laatste jaren dan ook enorm toegenomen. Zedendelicten zijn gedragingen als verkrachting (ook groepsverkrachtingen), aanranding, ontucht, pornografie en gedwongen prostitutie( loverboys). Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek komen er in Nederland jaarlijks ongeveer negenhonderd tot duizend jongeren, vaak jongens, wegens een zedendelict in aanraking met de politie. Het meest voorkomende delict is aanranding.

 

Vaststaat dat een aantal jeugdige zedendelinquenten, zonder behandeling, doorgaat met het plegen van zedendelicten. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van jeugdige zedendelinquenten stopt met het plegen van nieuwe zedendelicten. Van de andere helft die wel doorgaat met het plegen van zedendelicten, behoren 4 van de 5 tot de zogenoemde Ďgeneralistení; jongeren die zedendelicten plegen als onderdeel van een veel breder criminaliteitspatroon. Ongeveer ťťn op de vijf pleegt alleen zedendelicten; de specialisten. Deze groep bestaat voornamelijk uit jongens . Hun slachtoffers zijn meestal kinderen die vier Š vijf jaar jonger zijn. De kans op recidive is bij deze groep het grootst. Daarom is het noodzakelijk dat men behandeling krijgt. Deze jongeren hebben een egocentrisch wereldbeeld, zonder zich in te leven in een ander. ( R. Bullens, 2006) (Le sage, Stegge, Sleutel, 2006)

Men kan hier spreken van een gebrekkige gewetensontwikkeling.

 

Uit een Buitenlands onderzoek van OíBrien en Bera onderscheidt men zeven typen plegers. Het is ontwikkeld op basis van klinische indrukken waarbij de nadruk ligt op de persoonlijke achtergronden van de pleger. Hieronder staan de zeven typen kort weergegeven.

 

De naÔeve experimenteerder is meestal een jongen tussen de 12-15 jaar.

Slachtoffers zijn jonge kinderen, meestal meisjes, tussen de 2-7 jaar en

bekenden van de pleger. De seksuele handelingen bestaan uit betasten

en het laten zien van de geslachtsdelen. De delicten zijn veelal incidenten

en vinden buitenshuis plaats, bijvoorbeeld tijdens het babysitten. Er

wordt geen geweld gebruikt, wel is er sprake van seksuele Ďspelletjesí. De

jongeren komen uit intacte gezinnen en hebben geen geschiedenis van

antisociaal gedrag. Zij beschikken over normale sociale vaardigheden en

hebben vrienden. De plegers ontkennen het delict zelden en voelen oprecht

schuld en schaamte. Een ambulante behandeling heeft goede prognoses.

 

De niet-gesocialiseerde ontuchtpleger is tussen de 12-17 jaar, de slachtoffers

zijn kinderen tussen de 2-10 jaar. Seksuele handelingen variŽren van betasten tot penetratie. De plegers hebben verschillende slachtoffers die ze diverse malen misbruiken. De delicten zijn van tevoren gepland. Het komt voor dat de plegers bekend staan als jongens die goed met kleine kinderen op kunnen schieten. Ze maken een onvolwassen indruk en hebben weinig tot geen vrienden; ze voelen zich onzeker en inadequaat. Ze kunnen zelf het slachtoffer van misbruik zijn geweest. De plegers gebruiken geen drugs of alcohol. Er is sprake van een geschiedenis van antisociaal gedrag. Ze komen uit intacte gezinnen, maar de vader is emotioneel afwezig voor de jongere. De moeders maken daarentegen vaak een overbezorgde, angstige en depressieve indruk. De familie speelt een belangrijke rol in de behandeling.

Soms is een residentiŽle behandeling noodzakelijk. De plegers hebben een hoger recidiverisico dan de eerste groep.

 

De pseudo-gesocialiseerde ontuchtpleger is iets ouder dan de voorgaande

typen. Slachtoffers zijn vaak jonge meisjes, maar soms ook

oudere vrouwen en zusjes. Dit type pleger is zelf slachtoffer geweest van

seksueel misbruik en/of mishandeling en verwaarlozing, en probeert dat

te maskeren door sociaal aangepast en wenselijk gedrag. Van antisociaal

gedrag kan niet echt gesproken worden bij dit type pleger. Zijn sociale

vaardigheden lijken dan ook goed en hij kan ogenschijnlijk prima opschieten

met leeftijdgenoten. Ook op school en het werk zullen derden niets vreemds aan hem opmerken. Dit is echter schijn: de wezenlijke betrokkenheid ontbreekt. Het delict komt voor velen zeer onverwachts. Zijn motivatie voor het delict is het genot/plezier en hij voelt nadien dan ook weinig schuld of schaamte. Het gezin is te typeren als een kluwengezin:men is overbetrokken op elkaar. Zijn ontkenning en bagatelliserend optreden hebben soms plaatsing in een inrichting tot gevolg. Sommige plegers van dit type kunnen hun gehele leven seksuele delicten plegen.

 

De seksueel agressieve delinquent is tussen de 13-18 jaar; de slachtoffers zijn meestal meisjes van eigen leeftijd of vrouwen. Ze maken diverse slachtoffers. De delicten, vaak verkrachting en aanranding, gaan gepaard met (onnodig) geweld en het vernederen van het slachtoffer. Bij verzet van de slachtoffers reageren zij met fysiek geweld. Ze komen uit chaotische gezinnen waarin geweld en agressie niet vreemd zijn. De gezinnen zijn al jaren bij instanties als de Raad voor de Kinderbescherming bekend, onder andere vanwege de verwaarlozing van de kinderen. De plegers hebben een geschiedenis van antisociaal en ander crimineel gedrag, deels te wijten aan een slechte impulscontrole. Sommigen gebruiken drugs en/of alcohol. Plegers van dit type hebben gewelddadige, seksuele fantasieŽn. Hoe meer geweld, des te meer opgewonden zij zijn. Het delict is een uiting van angst, controle en dominantie. Als ze gepakt worden, ontkennen ze het delict of minimaliseren hun eigen aandeel. Ze moeten in de meeste gevallen residentieel behandeld worden. Ze hebben een tamelijk hoog recidiverisico.

 

De seksueel obsessieve delinquent is tussen de 14-18 jaar; slachtoffers

zijn vrouwen van alle leeftijden. Hun leven draait om seksuele opwinding

en wordt na verloop van tijd steeds dwangmatiger, ze kunnen aan niets

anders denken, raken gepreoccupeerd. Dit type maakt een rustige, teruggetrokken indruk. Ze zijn, ondanks hun capaciteiten zeer faalangstig, wat spanningen tot gevolg heeft. Voor die spanningen zoeken ze een uitlaatklep: het delict. Op een normale manier hun emoties uiten, kunnen ze niet. De gezinnen zijn hecht (rigide) en de ouders hebben eveneens moeite om op een adequate manier met emoties om te gaan. Ze kunnen ambulante behandeling krijgen, gericht op het onder controle krijgen van hun dwangmatige gedrag. Hiermee is niet gezegd dat ze niet meer in herhaling vallen. Als hun deviante ontwikkeling niet wordt doorbroken, kunnen ze na verloop van tijd ernstiger zedendelicten plegen.

 

De impulsief gestoorde zedendelinquent is tussen de 12-18 jaar, de slachtoffers kunnen van alle leeftijden en beide seksen kunnen zijn. Meestal zijn het jonge kinderen. Het seksueel agressieve gedrag is een gevolg van hun beperkte verstandelijke vermogen of een stoornis. Ze hebben een geschiedenis van gedrags- en leerproblemen. Met name de ADHD-jongeren behoren tot deze categorie. Het delict komt meestal onverwacht, zowel voor de directe omgeving als de jongen zelf. ResidentiŽle en medicamenteuze behandeling is voor deze groep nodig.

 

De groepszedendelinquent is tussen de 14-18 jaar oud en komt uit volledige gezinnen. De slachtoffers zijn meisjes van hun leeftijd. De plegers zijn eerder te typeren als meelopers dan als leiders. Ze doen aan het delict, bijvoorbeeld een groepsverkrachting of de zogenaamde zwembaddelicten, mee vanwege de groepsdruk (erbij willen horen, bang om af te gaan). Deze plegers hebben stereotype opvattingen over vrouwen, mannen en relaties. Over het algemeen heeft dit type geen voorgeschiedenis van agressief of anderszins afwijkend gedrag. Ze zullen het delict ontkennen of bagatelliseren. Veelal volstaat een ambulante behandeling, maar soms is een residentiŽle opname nodig. De prognose is tamelijk goed.( WODC, 2000)

 

 

 

Terug naar de vorige pagina

 

Zedendelinquenten.